Twaalf sleutels tot de pelgrimsziel

Via interviews over de diepere beleving van de pelgrimstocht heb ik twaalf sleutels tot de pelgrimsziel ontwikkeld. Zesentwintig pelgrims interviewde ik. Ik vroeg niet naar feiten, afstanden, overnachtingsplekken of het weer, maar naar wat zij onderweg als verdiepend hebben ervaren. Ook vroeg ik hen of en, zo ja, hoe zij onderweg iets van God of het goddelijke hebben ervaren.

Wie is pelgrim?

Voor mij is een pelgrim iemand die op eigen kracht, te voet (of op de fiets), naar een heilige plaats reist. Hij (of zij!) vertraagt, vereenvoudigt en opent zijn hart voor wat zich aandient. Onderweg verdichten zijn ervaringen, leert hij loslaten, komt hij tot verstilling, verwondert hij zich over wat zich aandient en groeit het gevoel van verbondenheid en neemt het vertrouwen toe. Via beelden, symbolen en rituelen verhoudt hij zich tot de Andere Werkelijkheid. Hij kan daarbij iets van God of het goddelijke ervaren.

Pelgrimstaal als weg naar de pelgrimsziel?

Doordat de geïnterviewde pelgrims open kaart durfden te spelen, kreeg ik toegang tot een schat aan pelgrimstaal. Die taal heb ik geordend aan de hand van twaalf sleutelwoorden die samen als een bos sleutels toegang kunnen geven tot de pelgrimsziel.

Sleutelwoorden bij pelgrims

1. Vertragen

Vertragen is je tempo van leven dusdanig verminderen dat het dichter bij een natuurlijke, menselijke maat komt te liggen. Je kunt ervaren dat onderwegzijn totaal anders is dan het gewone leven. Er ontstaat ruimte, leegte, tijd en rust voor wat zich dan bij jou aandient. Vertragen is juist niet doorhollen in een onnatuurlijk tempo en je laten bepalen door de waan van de dag en van jouw omgeving.

2. Vereenvoudigen

Door het verminderen van het aantal prikkels en de monotone cadans van het lopen, ga je gaandeweg terug naar de elementaire zaken en kom je toe aan de wezenlijke dingen. Je leven neemt (tijdelijk) in complexiteit af, je krijgt oog voor de omgeving, je gaat aandachtiger waarnemen, je gaat open voor wat zich aandient. Je groeit in ontvankelijkheid en in het besef van jouw afhankelijkheid.

3. Verdichten

Gaandeweg ontstaat meer en meer ruimte voor jezelf en voor reflectie op jezelf. Je komt toe aan vragen en komt op lagen waar je anders aan voorbij leeft. Je staat figuurlijk stil bij jouw levensweg tot nu toe. Gebeurtenissen uit het verleden worden opnieuw beleefd en krijgen een plek. Je komt daardoor (mogelijk) tot inzichten die je anders waarschijnlijk (nog) niet bereikt zou hebben.

4. Loslaten

Door niet langer vast te houden aan je behoefte om controle te houden en je planning kom je open te staan voor wat zich aandient in het hier en het nu. Je komt tot het besef dat je niet alles in de hand kunt hebben en houden, en dat het ook niet nodig is. Loslaten is niet alles onder controle willen hebben en willen plannen.

5. Verstillen

De stilte bewust toelaten en aandachtig zijn voor wat zich daarin bij jou aandient. Verstillen is niet de drukte, de herrie en de verstrooiing opzoeken om jezelf te ontlopen.

6. Verwondering

Een gemoedstoestand van ontvankelijkheid voor wat zich aandient en dat je niet of anders had verwacht. Je krijgt oog voor het wonder van de Schepping, de goedheid en gastvrijheid van mensen en je ontdekt hoe weinig je nodig hebt om gelukkig te zijn. Je beseft dat het op jou toekomt, jou toevalt. Verwondering is niet alles wat zich aandient als vanzelfsprekend ervaren.

7. Verbondenheid

De ervaring of het gevoel op een diepere laag betrokken te zijn bij de natuur, bij mensen, jezelf en/of God, de Schepper. Je beseft onderdeel van een groter geheel te zijn. Verbondenheid is je niet los voelen van datgene en degenen die om je heen zijn.

8. Vertrouwen

Het geloof in de medemens, de Schepper en in jezelf dat gaandeweg groeit. Er ontstaat geleidelijk een basisvertrouwen, een diep besef dat het wel goed komt.

9. Verbeelding

Gevoelens en ervaringen worden omschreven in beeldende taal. Datgene wat zintuiglijk wordt ervaren, wordt omgezet in beelden of roept beelden op. Er is sprake van identificatie met een bepaald beeld. Het gaat met name om Bijbelse of religieuze beelden, natuurbeelden of beelden van ontmoetingen.

10. Symbolen en rituelen

Symbolen zijn uiterlijke kenmerken die het zinnebeeld vormen van het als pelgrim onderweg zijn. Rituelen zijn de vaste handelingen en patronen tijdens het onderweg zijn als pelgrim. Het gaat zowel om seculiere als om religieuze en spirituele rituelen. Deels zijn het algemene rituelen en deels gaat het om specifieke pelgrimsrituelen. Sommige pelgrims leggen de nadruk op eigen rituelen en bereiden die thuis al voor, terwijl anderen zich meer voegen in wat zich aandient. Religieuze of spirituele rituelen duiden op verbondenheid met datgene wat niet te benoemen is. Het aansteken van een kaarsje blijkt een heel belangrijk ritueel te zijn.

11. Ontmoeting met Hem

Iets van het goddelijke of van God ervaren op een bepaalde plaats, op een bepaald moment, onderweg of in jezelf. Het ervaren kan ook bestaan uit het besef dat God een ongrijpbaar mysterie is. De omstandigheden waaronder dit gebeurt, komen hieronder aan de orde. De verschillen tussen de geïnterviewde pelgrims zijn groot. Dit geldt evenzeer voor degene die zij al dan niet God noemen of wat zij onder het goddelijke verstaan. De ervaring ervan verschilt dus ook behoorlijk. Toch enkele grote lijnen uit de interviews. De gehanteerde volgorde is willekeurig en niet bedoeld om enige hiërarchie aan te brengen. Pelgrims ervaren iets van het goddelijke in de schepping, in de natuur, in een mooi landschap, in Bijbelse beelden die door de natuur worden aangereikt, op ‘heilige’ plaatsen (het pelgrimskruis Cruz de Ferro, de berg La Verna, Turijn), in kapelletjes, kerken, kathedralen en monumenten, juist niet in de grote kerk, in een heel diep thuisgevoel, in de lichtval in kathedralen en monumenten, tijdens vieringen, in de stilte, in religieuze afbeeldingen en muziek, in rituele handelingen: zegen, gebedsritme, aansteken kaarsjes, in het besef dat Hij meegaat tijdens de tocht, in ontmoetingen met mensen, in ervaren gastvrijheid, in jezelf en in het besef dat God een ongrijpbaar mysterie is dat niet met menselijke woorden is te vatten.

12. Geestelijke begeleiding en pelgrimage

In pelgrimservaringen van mensen zitten veel aanknopingpunten voor geestelijke begeleiding. De symboliek van de weg, van de levensweg is daarbij belangrijk. Op zeer veel verschillende manieren kan onderweg iets van het goddelijke worden ervaren. Deels is het een kwestie van duiden, maar natuurlijk ook van taal vinden. Het traditionele kerkelijke en religieuze begrippenkader voldoet voor veel mensen niet meer. Ik heb tijdens mijn interviews met pelgrims gemerkt dat het gesprek als zodanig voor sommige pelgrims de pelgrimservaring verdiept. Het blijkt voor sommige pelgrims belangrijk te zijn om spiritualiteit aan te reiken. Zij hebben er zelf geen woorden voor. Het is belangrijk nieuwe taal voor pelgrims te vinden. Taal waarmee zij hun ervaringen op een diepere laag kunnen verwoorden.

Ter illustratie een voorbeeld hoe iemand een ervaring kan duiden. Pelgrim Teus voelt op een bepaald moment “zuiver een hand die mij leidde”, maar noemt dat vervolgens “natuurlijk geen godservaring”.

De pelgrimstocht verdiept ervaringen. Gaandeweg komt de pelgrim op diepere lagen terecht. Er komen wezenlijke vragen naar boven. Geestelijke begeleiding rondom de pelgrimstocht kan tot extra vruchten leiden. Daarbij denk ik niet aan een letterlijk meelopende geestelijk begeleider, maar aan andere vormen. De behoefte aan geestelijke begeleiding is vooraf bij slechts enkele pelgrims manifest aanwezig. Eén pelgrim correspondeert tijdens zijn pelgrimstocht met zijn geestelijke begeleider. Onderweg heeft het dagboek een goede functie om ervaringen van je af te schrijven en vast te leggen. Deze dagboekaantekeningen kunnen later de basis voor reflectie en wellicht voor geestelijke begeleiding vormen. Pelgrim Chris noemt het schrijven in zijn dagboek ‘een religieus moment’. Soms wordt de behoefte aan geestelijke begeleiding na afloop van de pelgrimstocht alsnog manifest.